|
Uitdrukking |
Betekenis |
|
Hij vormde een baak op de levenszee |
Hij fungeerde als wegwijzer |
|
Bakzeil halen |
Terugkrabbelen |
|
Het over een andere boeg gooien |
Het op een andere manier proberen |
|
Wij hebben nog heel wat voor de boeg |
Er moet nog veel werk worden gedaan |
|
Dat is mij tegen de boeg |
Dat boezemt mij afkeer in |
|
Iemand van bakboord naar stuurboord sturen |
Van het kastje naar de muur, zonder bevredigend resultaat |
|
Ik zal hem eens aan boord klampen |
Ik zal hem eens aanspreken |
|
Iets over boord gooien |
Ergens geen aandacht meer aan besteden |
|
Daar is nog geen man over boord |
Dat valt nogal mee |
|
De boot is aan |
Nu begint de ruzie |
|
De boot afhouden |
Zich afwijzend opstellen |
|
Iemand in de boot nemen |
Iemand voor de gek houden |
|
De bramzeilen bijzetten |
Alles doen wat mogelijk is om zijn doel te bereiken |
|
Werken als een galeislaaf |
Hard en ononderbroken moeten werken |
|
Ieder vist op zijn getij |
Iedereen benut de omstandigheden zodra ze gunstig zijn |
|
Het getij laten verlopen |
Gunstige gelegenheid voorbij laten gaan |
|
Iemand kielhalen |
Iemand doornat maken. Straffen |
|
Men kan beter uit zijn kielwater blijven |
Beter geen contact, want hij deugt niet |
|
In iemands kielzog varen |
Iemand op de voet volgen |
|
Hij zeilt altijd tussen de klippen door |
Weet altijd alle moeilijkheden te omzeilen |
|
Hij vaart op één kompas |
Hij gaat recht op zijn doel af |
|
Op zijn kompas kan men rustig varen |
Je kan hem vertrouwen |
|
Iemand de loef afsteken |
Iemand overtreffen |
|
Hij heeft de mijl op zeven gezet |
Hij heeft een grote omweg gemaakt om zijn doel te bereiken |
|
Zijn ra is lamgeslagen |
Hij heeft geen moed meer |
|
Een schip op het strand is een baken in zee |
Van het ongeluk van een ander kan men zelf veel leren |
|
Dat loopt de spuigaten uit |
Dat is al te erg |
|
Het vaantje strijken |
Flauwvallen |
|
Deze vaart moet gevaren zijn |
Al is het karwei nog zo moeilijk; het moet toch worden geklaard |
|
In iemands vaarwater komen |
Iemand dwarszitten |
|
Iemand over de valreep zetten |
Iemand over boord zetten |
|
Op de valreep |
Op het allerlaatste moment |
|
Hij zeilt langs de wal |
Hij gaat behoedzaam te werk |
|
Dat ging bij het walletje langs |
Dat was op het nippertje |
|
Van wal steken |
Over het onderwerp beginnen te praten |
|
Iemand de wind uit de zeilen nemen |
Zorgen dat iemand ergens geen voordeel uit kan halen |
|
Hij heeft de wind in de zeilen |
Het gaat hem voorspoedig |
|
Iets in de wind slaan |
Zich ergens niets van aan trekken |
|
Alle havens schutten geen wind |
Men kan niet overal voordeel van hebben |
|
Hij gaat recht door zee |
Hij is eerlijk en rechtschapen |
|
Wie zee houdt wint de reis |
Wie volhoudt zal zijn doel bereiken |
|
Hij gebruikt zeemanschap |
Hij gaat met overleg te werk |
|
Dat is een lastig zeeschip |
Dat is een onhandelbaar mens |
|
Het zeil in de top halen |
Meer uitgeven dan kan |
|
Alle zeilen bijzetten |
Alles doen wat mogelijk is |
|
Hij heeft een reef in het zeil gelegd |
Hij is zuiniger gaan leven |
|
Hij ligt met de zeilen voor de mast |
Hij staat op het punt om te beginnen |
|
Onder zeil gaan |
Gaan slapen |
|
Men moet zeilen terwijl de wind waait |
Juiste gelegenheid aangrijpen |
|
Met onbevaren volk is het slecht zeilen |
Met mensen die nergens verstand van hebben, is het moeilijk samenwerken |
|
Stille waters hebben diepe gronden |
Die het minst willen opvallen, hebben vaak het meest te verwerken |
|
Men moet nooit zonder beschuit scheep gaan |
Een grote onderneming vereist een zorgvuldige voorbereiding |
|
Er is maar één grote mast op een schip |
Het moet duidelijk zijn wie de baas is |
|
Een goed zeeman wordt ook wel eens nat |
De bekwaamsten kunnen ook wel eens een fout maken |
|
De beste stuurlui staan aan wal |
Buitenstaanders weten altijd beter hoe het moet |
|
Wie in het schuitje zit, moet meevaren |
Wie eenmaal met anderen aan iets begonnen is, kan niet meer terug |
|
Wie scheep is moet varen |
Wie zich eenmaal met een zaak bezighoudt, kan zich niet meer terugtrekken |
|
Wie aan boord is moet meevaren |
Je kunt je niet aan iets onttrekken |
|
Die op het water is moet varen |
Eenmaal begonnen ook doorzetten |
|
Als 't getij verloopt, verzet men de bakens |
Veranderingen eisen maatregelen. Als de situatie verandert, moet men zich daaraan aanpassen |
|
Eerst in de boot, keur aan riemen |
Eerste aanwezig heeft de meeste keus |
|
Men moet zeilen als de wind waait |
Een gunstige gelegenheid niet voorbij laten gaan |
|
Alle grond is geen ankergrond |
Niet iedereen is voor een bepaalde taak geschikt |
|
Beter een anker kwijt dan het hele schip |
Beter verlies geleden dan het geheel verloren |
|
Zonder touw is het kwaad hijsen |
Zonder hulpmiddelen kun je niets beginnen |
|
De wal keert het schip |
Omstandigheden verhinderen voortzetting. Men moet zich aanpassen aan de omstandigheden |
|
Het getij kan keren |
Het kan sneller veranderen dan men denkt |
|
Ook een klein lek doet een groot schip zinken |
Een klein verzuim kan grote schade veroorzaken |
|
Vuur aan wal, altijd geen baken |
Schijn bedriegt |