52° 08.118’N
4° 36.308’E

Nautische begrippen in onze taal

Nederland is een waterland. Van oudsher is het water en de zee nauw verweven met de Nederlandse cultuur. Neem zo bijvoorbeeld de handel over zee (de VOC) en de visserij. In de Nederlandse taal zijn vele gezegden en begrippen gekomen die een relatie hebben tot de nautische activiteiten. Vaak hebben de gezegden een zakelijk karakter of kenmerken ze een persoonlijke attitude. Niet voor niets is een nautische omgeving een relevante omgeving om communicatie- en teamvaardigheden te toetsen.

 

Onderstaand een greep uit de vele nautische gezegden die de Nederlandse taal rijk is:

 

Uitdrukking Betekenis
Hij vormde een baak op de levenszee Hij fungeerde als wegwijzer
Bakzeil halen Terugkrabbelen
Het over een andere boeg gooien Het op een andere manier proberen
Wij hebben nog heel wat voor de boeg Er moet nog veel werk worden gedaan
Dat is mij tegen de boeg Dat boezemt mij afkeer in
Iemand van bakboord naar stuurboord sturen Van het kastje naar de muur, zonder bevredigend resultaat
Ik zal hem eens aan boord klampen Ik zal hem eens aanspreken
Iets over boord gooien Ergens geen aandacht meer aan besteden
Daar is nog geen man over boord Dat valt nogal mee
De boot is aan Nu begint de ruzie
De boot afhouden Zich afwijzend opstellen
Iemand in de boot nemen Iemand voor de gek houden
De bramzeilen bijzetten Alles doen wat mogelijk is om zijn doel te bereiken
Werken als een galeislaaf Hard en ononderbroken moeten werken
Ieder vist op zijn getij Iedereen benut de omstandigheden zodra ze gunstig zijn
Het getij laten verlopen Gunstige gelegenheid voorbij laten gaan
Iemand kielhalen Iemand doornat maken. Straffen
Men kan beter uit zijn kielwater blijven Beter geen contact, want hij deugt niet
In iemands kielzog varen Iemand op de voet volgen
Hij zeilt altijd tussen de klippen door Weet altijd alle moeilijkheden te omzeilen
Hij vaart op één kompas Hij gaat recht op zijn doel af
Op zijn kompas kan men rustig varen Je kan hem vertrouwen
Iemand de loef afsteken Iemand overtreffen
Hij heeft de mijl op zeven gezet Hij heeft een grote omweg gemaakt om zijn doel te bereiken
Zijn ra is lamgeslagen Hij heeft geen moed meer
Een schip op het strand is een baken in zee Van het ongeluk van een ander kan men zelf veel leren
Dat loopt de spuigaten uit Dat is al te erg
Het vaantje strijken Flauwvallen
Deze vaart moet gevaren zijn Al is het karwei nog zo moeilijk; het moet toch worden geklaard
In iemands vaarwater komen Iemand dwarszitten
Iemand over de valreep zetten Iemand over boord zetten
Op de valreep Op het allerlaatste moment
Hij zeilt langs de wal Hij gaat behoedzaam te werk
Dat ging bij het walletje langs Dat was op het nippertje
Van wal steken Over het onderwerp beginnen te praten
Iemand de wind uit de zeilen nemen Zorgen dat iemand ergens geen voordeel uit kan halen
Hij heeft de wind in de zeilen Het gaat hem voorspoedig
Iets in de wind slaan Zich ergens niets van aan trekken
Alle havens schutten geen wind Men kan niet overal voordeel van hebben
Hij gaat recht door zee Hij is eerlijk en rechtschapen
Wie zee houdt wint de reis Wie volhoudt zal zijn doel bereiken
Hij gebruikt zeemanschap Hij gaat met overleg te werk
Dat is een lastig zeeschip Dat is een onhandelbaar mens
Het zeil in de top halen Meer uitgeven dan kan
Alle zeilen bijzetten Alles doen wat mogelijk is
Hij heeft een reef in het zeil gelegd Hij is zuiniger gaan leven
Hij ligt met de zeilen voor de mast Hij staat op het punt om te beginnen
Onder zeil gaan Gaan slapen
Men moet zeilen terwijl de wind waait Juiste gelegenheid aangrijpen
Met onbevaren volk is het slecht zeilen Met mensen die nergens verstand van hebben, is het moeilijk samenwerken
Stille waters hebben diepe gronden Die het minst willen opvallen, hebben 
vaak het meest te verwerken
Men moet nooit zonder beschuit scheep gaan Een grote onderneming vereist een 
zorgvuldige voorbereiding
Er is maar één grote mast op een schip Het moet duidelijk zijn wie de baas is
Een goed zeeman wordt ook wel eens nat De bekwaamsten kunnen ook wel eens een fout maken
De beste stuurlui staan aan wal Buitenstaanders weten altijd beter hoe het moet
Wie in het schuitje zit, moet meevaren Wie eenmaal met anderen aan iets begonnen is, kan niet meer terug
Wie scheep is moet varen Wie zich eenmaal met een zaak bezighoudt, kan zich niet meer terugtrekken
Wie aan boord is moet meevaren Je kunt je niet aan iets onttrekken
Die op het water is moet varen Eenmaal begonnen ook doorzetten
Als 't getij verloopt, verzet men de bakens Veranderingen eisen maatregelen. Als de situatie verandert, moet men zich daaraan aanpassen
Eerst in de boot, keur aan riemen Eerste aanwezig heeft de meeste keus
Men moet zeilen als de wind waait Een gunstige gelegenheid niet voorbij laten gaan
Alle grond is geen ankergrond Niet iedereen is voor een bepaalde taak geschikt
Beter een anker kwijt dan het hele schip Beter verlies geleden dan het geheel verloren
Zonder touw is het kwaad hijsen Zonder hulpmiddelen kun je niets beginnen
De wal keert het schip Omstandigheden verhinderen voortzetting. Men moet zich aanpassen aan de omstandigheden
Het getij kan keren Het kan sneller veranderen dan men denkt
Ook een klein lek doet een groot schip zinken Een klein verzuim kan grote schade veroorzaken
Vuur aan wal, altijd geen baken Schijn bedriegt

 

Jaap van der Wijk, schrijver van een interactieve encyclopedie van de watersport, visserij, koopvaardij, marine en bruine vloot, heeft een online lexicon samengesteld over "De Taal van het Water".

Terug naar het overzicht